8mm

Ook genoemd: Dubbel8, Standaard8, Regular8 of Normaal8

In 1930 pionierde Kodel in Amerika al met het idee om filmkosten drastisch te reduceren. Door middel van een ingewikkeld mechanisme werden vier beeldjes geperst op het oppervlak van één 16mm beeldje. Naast deze Kemco Home Movie camera werd ook een bi-formaat projector uitgebracht voor 16mm en 1/4 x 16mm.

Kodak kwam in 1932 met de genadeklap voor dit en andere amateurformaten door 16mm film in tweeën te splitsen en het resulterende halve 16mm beeld weer in tweeën te delen. Daartoe werd het aantal perforaties verdubbeld. Het z.g. dubbel 8 formaat leverde dus vier maal zoveel beeldjes op eenzelfde lengte 16mm film op. Rollen van 7,5 meter 16mm film werden in de ontwikkelcentrale doormidden gespleten en aan elkaar geplakt. Het een en ander betekende wel dat de filmamateur na eerst één zijde van de 16mm film volgeschoten te hebben, deze moest omdraaien om de andere helft op te nemen. Talloze filmers raakten de tel kwijt en vergaten of ze op de eerste of tweede helft zaten en draaiden de film nogmaals om met het gevolg dat een zijde dubbel belicht werd.

Om daaraan tegemoet te komen brachten sommige fabrikanten apparatuur voor voorgespleten 16mm uit in cassettes (o.a. Agfa) of spoel (o.a. Univex, Bell & Howell), de z.g. straight 8 camera's. Populair werden ze niet omdat elke fabrikant een andere kassette of spoel bezigde en de film slecht beschikbaar was.

Met 9.5mm ging het nu bergafwaarts mede door het feit dat Kodak Pathé eind jaren twintig opkocht en er geen belang instelde om haar formaat nog aktief te ondersteunen.

De hegemonie van 8 en 16mm bleef bestaan tot lang na de oorlog.

Pathé deed nog een laatste poging 9.5mm te populariseren met de introductie van het duplex formaat in 1955. 9.5mm werd dubbel geperforeerd. Na ontwikkelen werd het op dezelfde wijze als 8mm in tweeën gespleten tot een strook van 4¾mm die verticaal geprojecteerd diende te worden in breedbeeld. Ondanks het feit dat toendertijd veel bioscoopfilms in Cinemascope geproduceerd werden, bleek het op de amateurmarkt niet aan te slaan. Van de toestellen werden slechts enkele verkocht. Al heel spoedig besloot de fabriek de handdoek in de ring te gooien en de apparaten weer naar 9.5mm om te bouwen. De 4¾mm Pathé Monaco projector en de Lido Duplex camera zijn daarom zeldzaam en 4¾mm film helemaal.

Pathé/Pathescope 9.5mm bliezen in de zestiger jaren hun laatste adem uit, een schare teleurgestelde enthousiastelingen achterlatend.


Super/single 8

8mm onderging in 1965 ook een transformatie. Het filmbeeld werd met 50% vergroot door gebruik van kleinere verticale perforaties. De zogenaamde super 8 film werd geleverd in 8mm cassettes - later in 1973 met magnetisch geluidsspoor. Fuji kwam met het veel betere single 8mm. Voor semi-professioneel gebruik was er dubbel super 8mm dat ongesplitst op 30 meter 16mm spoelen werd geleverd. De emulsies waren tegen die tijd zo verbeterd dat super 8mm dezelfde kwaliteit gaf als het vooroorlogse 16mm. Het verdrong 16mm grotendeels uit de amateurmarkt.



Met dank aan 100 jaar filmformaten
terug